De Bever

20 april - 20 mei 
Hoedergeest - Wabun;
Maan - van de terugtrekkende kikkers

Wabun, de hoeder van de geest van het oosten. Het zijn de drie manen waarin je, je bewust wordt van de groei, de tijd waarin vader zon zijn licht gaat werpen op alle kinderen van de aarde en hen voorbereidt op het voortbrengen van de geëigende vruchten.

De eerste manen van Wabun zijn die van de terugtrekkende kikkers en van het planten van de maïs. De manen van verlichting en wijsheid, als de kinderen van de aarde zich voorbereiden om op de juiste manier te groeien.

Het jaargetijde van Wabun is de lente, als de aarde uit zijn winterslaap ontwaakt, en het nieuwe leven dat is voorbereid in de schoot van de aarde naar buiten barst. De dageraad als het leven na de nacht weer ontwaakt, is zijn tijd van de dag. De jeugd van de mens is de tijd van Wabun, de tijd waarin hij zich bewust wordt van de dingen binnen en buiten zichzelf, de tijd waarin mensen anderen kunnen verlichten door de zuiverheid van hun energie. Alles is nieuw en fris in de lente. Overal komt de aarde tot leven. De planten komen te voorschijn en bedekken het kort tevoren lege winter landschap met kleur van schitterende kleuren. De rotsen glanzen met een nieuw licht als het ijs verdwijnt en hun veranderde oppervlak wordt blootgesteld aan de milde zon. De dieren krijgen jongen en rennen door het land op zoek naar de jonge lente planten om hen te voeden en te helpen groeien. De lucht is vol leven, als de insecten uitkomen en rondvliegen om hun taak te verrichten. Alle leven toont de wijsheid, waardoor het kan blijven bestaan.

De kracht van Wabun is recht op de man af. Het is de macht van het ochtendgloren. Het is de macht van de vogels. Het is de macht van de eerste zonnestralen. Wabun is de gouden adelaar wiens kleuren hebben van de opgaande zon.

Dier - Bever

De bever, het totemdier van hen die geboren zijn onder de maan van de terugtrekkende kikkers, is het enige dier dat zijn omgeving ingrijpend kan wijzigen ten opzichtte van zijn eigen vrede, veiligheid en gemak. Hij is het grootste knaagdier van Amerika, en het één na grootste van de wereld, het grootste is het watervarken in Zuid-Amerika.

Volwassen bevers wegen tussen de dertig en zeventig pond en ze blijven steeds doorgroeien. Een bever kan wel 90 tot 120 cm. Lang worden. Zijn lichaam is verbazend goed uitgerust voor zijn gewoonten en woonplaats. Hoewel het een landzoogdier is, brengt hij veel tijd door in het water. Zijn longen en vaatstelsel zijn zo gebouwd dat hij genoeg zuurstof kan opslaan om langer dan een kwartier onder water te blijven. Hij heeft een lange, platte, brede en geschubde staart, die als roer dient bij het zwemmen en als stabilisator als hij op het land aan het werk is. Zijn voorpoten zijn heel lenig, en maken het hem mogelijk een tak vast te houden en rond te draaien terwijl hij eet, zo ongeveer zoals wij een maïskolf vasthouden. Ook kan hij er modder en bladeren, die hij zelf nodig heeft voor zijn constructiewerk mee verplaatsen. Zijn scherpe achterpoten hebben zwemvliezen en maken het hem mogelijk goed en snel te zwemmen. Hij heeft een dichte bruine vacht die hem tegen het water beschermt door de olie die zijn muskusklier afscheidt. Hij heeft grote beitelvormig tanden die zichzelf herstellen en vervangen als hij ze beschadigt of verliest. Dat is wel nodig voor een dier dat hele bomen velt, hetzij om te eten, hetzij om als bouwmateriaal te dienen. De mensen hebben ontdekt dat de bevers helpen de waterstand op peil te houden en grote waarde hebben voor de visstand, andere in het wild levende dieren. Deze hulp bestaat uit de dammen en burchten die de meeste bevers bouwen om zichzelf te beschermen en een aangename omgeving te scheppen. De dammen en kanalen van bevers zijn werk van natuurlijke ingenieurs. Kanalen, die meer dan 14 km lang kunnen zijn, worden gewoonlijk op verschillende niveaus gebouwd met nu en dan sluizen om het water op het goede peil te houden.

Bevers maken niet veel geluid. Af en toe een blaf, sisgeluid of schreeuw, maar gewoonlijk niet meer dan een zacht gekrijs en dan nog alleen binnen in hun burcht. Ze waarschuwen voor gevaar door met hun staart op het water te slaan. Bevers kiezen een levensgezel(lin) voor het leven en wonen gewoonlijk in groepen van ongeveer 5 bij elkaar.

Mensen van dit totem, kunnen net als de bever hun omgeving ingrijpend veranderen en aanpassen aan hun eigen wensen inzake vrede, veiligheid en gemak. Ze zullen op verschillende niveaus veranderingen aanbrengen, zowel op fysiek, mentaal als emotioneel gebied. Ze doen dat, net als de bever, langzaam, vindingrijk en regelmatig doorwerkend. Als alles naar hun zin is, zorgen ze dat het ook zo blijft en de noodzakelijke reparaties tijdig worden verricht. Bevermensen hebben echt behoefte aan een ordelijke, veilige omgeving willen ze kunnen werken en groeien, en er moet op alle drie bovengenoemde niveaus orde heersen. Ze kunnen wel veranderen, maar groeien het beste in een omgeving die hun een gevoel van veiligheid en tevredenheid geeft. Bevermensen worden net als hun totem enigszins aangetrokken door het water. Ze zwemmen of zeilen graag, of vinden het prettig alleen maar langs meren en rivieren of vijvers te wandelen. Het lijkt wel dat water hen in staat stelt de dingen helderder te zien en hun leven een wijder perspectief te geven. Bevermensen zijn intelligent en handig. Als ze het gevoel hebben dat het nodig of hun voordeel is, kunnen ze vlug iets leren. Ze passen zich, net als hun totemdier, snel aan hun omgeving aan als ze deze eenmaal in orde hebben gemaakt. Daardoor slagen ze bijna in alles wat ze ondernemen. Ze hebben geduld en zijn volhardend met als gevolg, dat ze bijna altijd bereiken wat ze zich in het hoofd gezet hebben. Ze zijn ook creatief, vooral fysiek. Net als hun totemdier nemen bevermensen hun relaties heel ernstig. Als ze een levensgezel(lin) vinden, hopen ze dat het voor het leven is.

Mineraal - Chrysokoll

Hun steen, chrysokoll, lijkt in veel opzichten op de turkoois. Net als deze wordt hij vaak als bij product in kopermijnen gevonden. Chrysokoll is een waterhoudend kiezelkoper. De kleur kan diepgroen, groenblauw tot diepblauw zijn. Hij heeft een glinsterende, glasachtige glans, maar tegelijkertijd een aards uiterlijk. Chrysokoll blijft aan de tong plakken, en dat is, ook de manier waarop je het kunt herkennen.

Bevermensen kunnen van hun steen leren de krachten van hemel en aarde met elkaar te verbinden. De meeste bevermensen zijn van nature, en doordat ze tot de schildpadgroep behoren, stevig in de aarde geworteld, soms wel wat te stevig. Ze kunnen gelukkig zijn met een leven op aards niveau, zonder dat ze ooit naar de hemel kijken om eens te ontdekken wat er in de andere gebieden van het leven voor hen te leren valt. Net als hun steen lijken bevermensen vaak gelukkig, maar hun ogenschijnlijk geluk is resultaat van hard werken en praktische instelling waardoor ze zich op de juiste tijd op de juiste plaats bevinden. Ze zijn lichamelijk sterk en kunnen gezond blijven, speciaal als ze hun steen bij zich dragen en de neiging al te veel te doen bedwingen. Zij behouden net als de chrysokoll, hun oorspronkelijke kleur of aard, tenzij er iets werkelijk heel bijzonders gebeurt, waardoor ze veranderen. Bevermensen kunnen net als hun steen, mensen en dingen waarmee ze in aanraking komen een gevoel van zuiverheid schenken. De oorzaak ligt in hun loyaliteit, hun standvastigheid en hun houding tegenover vrienden en andere relaties, die zo zuiver en sprankelijk is in vergelijking met de huidige standaard, dat het lijkt of ze afkomstig zijn uit een zuiverder tijd en plaats.

Plant - Blauwe Camas

De plant die bij deze mensen hoort is de blauwe camas, een in het wild voorkomend lid van de leliefamilie. De blauwe camas heeft grasachtige bladeren, die 20 tot 40 cm lang worden. Hij bloeit in mei met heldere blauwe bloemen. Ze groeien aan één enkele stengel en hebben drie kelk- en drie bloembladen. De plant kan ongeveer 90 cm hoog worden. In de buurt van de blauwe camas vindt je andere soort camas. Bladeren, steel en bollen lijken precies op die van de blauwe, maar heeft gele, of groen witte bloemen. Deze camas moet je nooit eten, want je wordt er ziek van of nog erger, afhankelijk van de hoeveelheid die je gegeten hebt. Men zegt dat de bollen en bladeren van deze camas een brandend gevoel op de tong achterlaat.

Net als hun plant kunnen bevermensen hen met wie ze in aanraking komen versterken. Omdat ze zelf stevig in de aarde geworteld zijn. Zoals de goede eigenschappen van de blauwe camas hun tegenpool vinden in de buurt groeiende camas met dodelijke uitwerking, zo kunnen ook de goede eigenschappen van de bevermensen in hun tegendeel werken. Hoewel de blauwe camas er uit ziet alsof hij zetmeel bevat, is dat niet het geval. Er zit inulien in, een samengestelde suiker, die je ook vindt in de wortel van paardebloemen en de jeruzalemse artisjok. Omdat inulien de werking van de alvleesklier activeert at de inheemse bevolking de blauwe camas regelmatig om het bloedsuikergehalte op peil te houden en suikerziekte te voorkomen. Als je er erg veel van eet kan het dienen als purgeer- en braakmiddel. Wat een prachtige plant voor de bevermensen, die net als de plant, zich bewust kunnen zijn van schoonheid en tegelijkertijd praktisch.

Kleur - blauw

De kleur van de bevermensen is blauw, het heldere blauw van de bloem van de camas en van de zuiver blauwe chrysokoll. Dit blauw betekent voor hen fysieke rust en psychische tevredenheid die voortkomen uit een gevoel van vrede en geluk. De bevermensen hebben deze gevoelens, afkomstig van de kleur blauw, nodig voordat ze kunnen werken met spirituele aspecten ervan. Ze moeten op het aardse vlak gelukkig zijn en stevig staan, voordat ze kunnen werken met de spirituele verlangens kunnen ontdekken die ze ook hebben.

De aanvulling van de Bever is de Slang