De Poema

19 februari - 20 maart.
Hoedergeest - Waboose
Maan - van de stormen

De maan waarin je bent geboren bepaald waar je, je reis rond het medicijnwiel aanvangt en wat het mineraal, de plant en het dier is waarmee je begint. De eerste maand van het jaar, de maan van de vernieuwing der aarde markeert de tijd waarin vader zon terugkeert van zijn reis naar het zuiden en eens te meer moeder aarde en al haar kinderen aanzet tot groei. Deze maan begint bij het winterseizoen, dat meestal op 22 december valt. Het is de eerste maan van Waboose, de hoeder van de geest van het noorden.

Hierop volgt de maan van rust en zuivering en van de stormen. Tijdens de manen van Waboose, van rust en vernieuwing, is het tijd om na te denken over de groei van het afgelopen jaar en je voor te bereiden op die van het komende jaar. De Kracht van het noorden, van Waboose, is de kracht van vernieuwing en zuiverheid.

Het seizoen van Waboose is de winter. Wat gebeurt er in de winter met de dingen van de aarde, als de tijd bevroren lijkt en er niets lijkt te groeien? De zaden van het vorige seizoen liggen in de aarde, rustend, ze worden gezuiverd en verzamelen in de aarde energie, die hun mogelijk maakt tot nieuw leven te komen, als de warmte van de zon terugkomt uit het zuiden om moeder aarde te verwarmen.

Dier - Poema

De poema komt tegenwoordig nog in de westelijke delen van Noord-Amerika voor, zoals Florida, Canada en Mexico. Voor de huidige beschaving leefden ze overal in de Verenigde Staten. Als gevolg van de manier waarop de mensen hen hebben behandeld, bewonen ze nu vooral steile, diepe ravijnen of bergachtige terreinen. Ze maken hun woonplaats in rotsachtige grotten, verlaten holen of dicht kreupelhout.

Poema's zijn de beste klimmers van alle katachtige. Als ze vervolgd worden, of als er op hen gejaagd wordt, kunnen ze bomen klimmen, maar ze blijven liever op de grond. Het zijn goede hardlopers, maar niet op lange afstand. Elke poema verplaatst zich over een groot gebied, maar hun sociale structuur laat niet toe dat hun gebieden elkaar overlappen. Ze markeren hun terrein zorgvuldig zodat andere poema's er niet in binnendringen.

Hun roep klinkt scherp en hoog en kan daardoor angstaanjagend zijn, maar je hoort hem maar zelden. Poema's laten zich slecht; s horen, als ze in het nauw gedreven zijn en dan grommen, grauwen en blazen ze. Poema's zijn jagers en herten vormen het voornaamste bestanddeel van hun voedsel maar ze eten ook andere kleine dieren. Ze houden van de jacht, en vaak jagen ze samen met hun levensgezel(lin) of andere relaties om beter resultaat te krijgen. Dan jaagt één poema het dier op, terwijl anderen in hinderlaag liggen. Ze jagen niet meer op voedsel dan ze opeten. Vee vallen ze alleen aan, als hun normale voedselbronnen zover zijn uitgeput dat ze geen andere keus hebben. De poema is voor zijn snelheid, kracht en uithoudingsvermogen één van de beste jagers.

Mensen met de poema als totem hebben veel gemeen met deze koninklijke kat gemeen. Ze trekken zich graag in zichzelf terug, omdat ze vaak het gevoel hebben dat ze door andere zijn gekwetst. Ze zijn erg gevoelig en gauw gekwetst, zelfs door toevallige opmerkingen zonder kwade bedoelingen. Net als de poema hebben ze graag een eigen ruimte, een plaats waar ze zich kunnen terugtrekken voor bespiegeling en zelfanalyse. Ze zijn goede klimmers, net als hun totemdier, maar meestal klimmen ze geestelijk, niet fysiek. Hun Geest verplaatst zich snel en is in staat naar verre gebieden te reizen, waar maar weinig mensen komen. Poemamensen hebben behoefte aan een eigen territorium. Dat is van wezenlijk belang, willen ze zich prettig voelen en in evenwicht blijven. Net als hun totem, hebben poemamensen de neiging hun territorium af te bakenen, of dit nu op filosofisch, zakelijk of persoonlijk terrein ligt. Ze vinden het niet prettig als anderen erin binnen dringen, zonder dat ze daartoe zijn uitgenodigd. Ook genieten zij van de jacht en vinden het prettig om het samen te doen met hen die hebben bewezen ware vrienden en ernstige zoekers zijn. Ook zijn poemamensen intelligent genoeg om te weten dat ze geduld moeten hebben, als ze de dingen die ze zoeken met succes willen achtervolgen.

Mineraal - Turkoois

De turkoois, is één van de eerste die voor versiering en bescherming werd gebruikt. Turkoois is een waterhoudend aluminiumfosfaat en bevat tevens koper of ijzer. De kleur kan variëren van hemelsblauw, groenblauw tot diepgroen. Hij heeft een wasachtige glans en is één van de weinige kostbare edelstenen zonder schittering. Hij wordt vooral gevonden in niervormige massa's, in kleine spleetjes van alle mogelijke gesteenten, heel vaak samen met koper, ijzer of zilver. Door veel stenen lopen kleine adertjes of zitten deeltjes van andere ertsen.

Net als de steen bezitten poemamensen soms buitengewone krachten. Ze weten veel van de natuurlijke geneeswijzen en dat maakt hen tot ingewijden in de mysteriën van het leven en het heelal. Evenals hun steen kunnen zij mensen van de hemel, ingewijden in veel levensproblemen die voor anderen een gesloten boek blijven. Maar, evenals hun steen moeten ze goed geslepen worden, willen ze hun juiste kleur tonen. Zonder nodige levenservaring en zonder de wil werkelijk aan zichzelf te werken, ontwikkelen hun natuurlijke krachten zich niet en worden ze zwaarmoedig en soms ook melancholiek. Vaak hebben poemamensen de gave tot genezen. Ze voelen zich best op hun gemak in de wereld van mystiek en magie. Daarom is het van groot belang dat ze met twee benen op de grond staan, of zich in gezelschap met nuchtere mensen bevinden, anders gaan ze soms op reis in gebieden vanwaar ze niet meer terug kunnen keren.

Plant - Weegbree

De totemplant van de poemamensen is de weegbree, een veel voorkomend kruid, bekend om zijn helende krachten. Er zijn meer dan 200 soorten en het groeit over de gehele wereld. De bladeren zijn wortelstanding, van sommige soorten breder dan van andere. Ze zijn donkergroen en lijnvormig. De bloem van de weegbree is vaag wit en kan 15 tot 50 cm hoog worden. De gehele plant wordt in de geneeskunde gebruikt zowel inwendig als uitwendig, zowel om te genezen als om te verkoelen en te verzachten. Hij zuivert het bloed, verlicht de pijn en gaat effecten van vergiftiging tegen. Hij doet als thee of kompres, wonderen bij de genezing van oude en nieuwe pijnlijke plekken of zweren en helpt tegen de gevolgen van steken. Hij bewijst goede diensten bij in en uitwendige kwalen, en daardoor werd hij gebruikt tegen maag- en darm en blaas ziektes. Bij gebruik van een kompres helpt hij tegen de meeste pijnen en pijntjes. Poemamensen zijn vaak het slachtoffer van pijn in voeten en benen. Daarom raad ik hen aan weegbreebladeren in azijn te dopen, een nacht lang te drogen en daarna op hun voeten te leggen voor ze schoenen aantrekken. Het verzachtende inwendige effect helpt poemamensen hun organen in goede conditie te houden als ze in een melancholieke stemming zijn. In zo'n stemming krijgen ze gauw door zorgen ontstaande ontstekingen aan maag of darmen.

Kleur - Groenblauw

Groen vermengt met blauw kan poemamensen helpen omdat hen het evenwicht brengt tussen geest en persoon tussen hemel en aarde. Ze moeten de kleuren blauw en groen altijd in hun omgeving houden, want dat houdt hen rustig en helder, en helpt bij het herstel van genezing als ze uit balans zijn. Daar poemamensen spiritueel van aard zijn, geven ze gewoonlijk de voorkeur aan zuiver blauw, maar ze moeten zich er rekenschap van geven dat het heel nuttig voor hen is, als ze er wat groen aan toevoegen of als ze blauwgroen gebruiken. Vooral als ze zich met geneeskundig werk bezighouden is het belangrijk dat deze kleur dragen of bij zich hebben.

De aanvulling op de Poema is de bruine Beer