De Vlier

Ik ben dol op de Vlier. Deze plant heeft altijd een belangrijke rol gespeeld in het (heksen) verleden en wordt ook wel de boom (eigenlijk plant) van de Godin genoemd.

Toen ik hier een prachtig stuk tekst over vond op De nieuwe maan heb ik gelijk gevraagd of ik hun info mocht gebruiken en Willie was zo aardig dit toe te staan!

Vlier - Sambucus nigra

Een stek van de Vlier zul je in het tuincentrum niet vinden, er zijn nog maar weinig mensen die haar kunnen appreciëren. Dat is jammer, want de Vlier heeft een grote rol gespeeld in mythen en volksverhalen en ze is waardevol om haar veelzijdige toepassingen.
De Vlier is een snelgroeiende struik die vrij algemeen in Nederland voorkomt en eeuwen oud kan worden. Ze vertoont een onregelmatig en sterk vertakt silhouet. De stam van de vlier heeft een gebarsten schors, de takken en twijgen bevatten een dik wit merg. De jonge twijgen zijn zacht en buigzaam. Bij het ouder worden verhouten ze en worden keihard. Ze krijgen een grijsbruine kleur, een wat wrattig aspect en vertonen grove lengteribbels.
De bladeren zijn samengesteld, smal en veervormig en bestaan uit vijf of zeven ovale of lancetvormige blaadjes met sterk getande randen, eindigend in een punt. Als de vlier halverwege mei/juni bloeit doet ze dat met kleine, crèmewitte, vijf puntige bloemetjes en vormen schijnschermen tot wel 20 cm doorsnee. Ze verspreiden een indringende geur die licht bedwelmend is. In augustus worden de bloemen gevolgd door trossen van bessen, die kleuren van groen, via rood naar diep blauw zwart. De struik is geschikt voor vochthoudende, stikstofhoudende (vervuilde) grond, in de zon of halfschaduw.
Inhoudstoffen: Flavonen, looistoffen, slijmstoffen, etherische olie, alkaloïden, vit. B4, C, kalium, calcium.

Al bij de oude Germanen een heilige boom, die in verband werd gebracht met de Godin Holda. Na de kerstening maakte ze haar re entree als de sprookjesfiguur Vrouw Holle. In het Duits heet de Vlier dan ook nog steeds Hollunder.
De Vlier kende vele volksnamen; Holderboom, Hollestere (NL) Elder, Hollowtree (ENG) om er maar een paar te noemen.
De vele benamingen zijn overigens een aanwijzing voor de grote betekenis die de Vlier altijd heeft gehad: hoe meer volksnamen een plant heeft, des te meer heeft men op verschillende plaatsen onafhankelijk van elkaar de waarde van de betreffende plant herkend.
Sambucus is afgeleid van het Griekse Sambuke, dat fluit betekent. Daar maakte men van oudsher fluitjes uit de jonge twijgen, wat je nu bij ons nog terug vind in het woord Flierefluiter.
Voor de Kelten had de Vlier betekenis als verbinding met de onderwereld, het begeleiden van de geesten van het overledenen naar het schaduwland. Vliertwijgjes werden begraven met de doden om hen te beschermen tegen kwade geesten.
Ook na de kerstening kregen overledenen vaak een kruisje van vliertakken mee, en staken doodgravers een takje vlierbloesem op hun hoed als ze een overledene gingen ophalen. De maat van de overledene werd genomen met een Vliertwijg.
Voor de Germanen was de Vlier een heilige struik want ze bood bescherming tegen boze geesten en trok goede geesten aan. Je mocht haar daarom niet zomaar omhakken, maar altijd eerst je respect betonen.
Begin 20ste eeuw werd er in sommige gebieden van Nederland nog gezegd dat je voor de “Vliermoeder”, die als de beschermgodin van het huishouden gold, de hoed moet afnemen; waarmee nog iets van dat oude respect duidelijk wordt.
Vroeger plantte men de Vlier vlak bij het huis, het liefst onder het keukenraam, omdat de vlier bescherming bood tegen vliegen en ongedierte. Vliegen mijden over het algemeen de Vlier en zullen dus ook minder gauw binnenvliegen in een keuken waar een Vlier voor het open venster staat. Zo was er minder kans op besmetting.
Het jonge hout is zacht en uit te hollen. Traditioneel werd de panfluit van Vlier of van riet gemaakt. Het oudere hout is erg hard en werd gebruikt voor priemen, slagerspennen, weefnaalden en ter vervanging van ebbenhout.
Het merg is zeer licht en kan gebruikt als watten of om fijne instrumenten schoon te maken. Metaal dat met vlier wordt ingewreven roest niet en hout van wormen gevrijwaard. 

Zoals wel meer met magische bomen en struiken kreeg de Vlier na de kerstening een slechte reputatie: Judas zou zich aan een Vlier hebben opgehangen, nadat hij zich eerst een oor had afgesneden. Dat oor groeit nu nog altijd op oudere vlierstruiken: een eetbare zwam die Judasoor heet. Ook zou het kruis waaraan Christus werd gekruisigd van Vlierhout zijn gemaakt.

Vlier- magisch en medisch

De Vliermoeder was de godin van het huishouden. Ze bood bescherming, troost en genezing voor elk huis waar ze geplant werd. Nagels, tanden en haren werden onder haar begraven zodat niemand er magie mee kon bedrijven.
Een kwaal of wrat kon je kwijtraken door het over te brengen op een vliertak en het daarna in de grond te steken. Daarom moest je een dergelijke tak nooit aanraken, want dan zou je die ziekte kunnen krijgen.
Kruisjes gemaakt uit vliertakjes werden in stallen en schuren opgehangen om het vee te beschermen.
Wie zich onzeker voelde zocht een oude vlierstruik op. Je pakte die dan goed vast en concentreerde je, en na een tijdje voelde je het zelfvertrouwen terugkomen.

Om jezelf te beschermen plukte je een vliertwijg in oktober, vlak voor volle maan. Het hout wat tussen twee knoppen zat brak je in negen stukjes en stopte het in een linnen doekje. Het zakje droeg je om je hals ter hoogte van je hart, tot dat de draad brak. Daarna moest het begraven worden op en plek waar het niet gevonden kon worden.
De vlier, en daarmee de vliermoeder werd behandeld met respect. Als je vlier nodig had werd daar altijd eerst om gevraagd. Het branden van vlier bracht echter ongeluk; een verwijzing hiernaar vind je in de wiccan rede:

”Elder be ye Lady's tree - burn it not or cursed ye'll be”

Elke heks met een tuin van enige omvang, zou daarin zeker een vlier moeten hebben. De vlier verdrijft negatieve invloeden, en kan gebruikt worden in zegeningrituelen. Op Litha kunnen wezens uit andere werelden rond de struik worden gezien, zeker als je de ogen vooraf bet met het sap uit de groene twijgen. De bloesems kan je gebruiken als altaarversiering. De takken worden vaak gebruikt als toverstaf.
De vlier wordt beschouwd als een vrouwelijke struik, horend bij de planeet Venus en het element lucht.
De Vlier symboliseert Crone (wijze, oude vrouw), het Schaduwland, het verdrijven van negatieve krachten, visioenen en contact met de geesten.

Het zomerse uiterlijk van de vlier is vriendelijk, vrolijk en zacht. In de herfst toont de vlier ons zijn andere kant, het hout is dan taai en de struik lijkt veel strenger en statiger. De signatuurleer wijst hiermee op dat de vlier enerzijds de strenge, starre mens zachter kan maken en anderzijds de te zachte en meegaande mens leert structureren en afbakenen.

Vlierbloesemthee verhoogt de weerstand en is een lekkere thee om te drinken, ook voor kinderen. Dit maakt het een uitstekende thee om te drinken bij griep en verkoudheid. Ook bij verschillende infecties voornamelijk die van de bovenste luchtwegen als angina en amandelontsteking bewijzen zowel de thee als de tinctuur goede diensten. Door de zweet - en urinedrijvende werking wordt het lichaam gereinigd van ziekteverwekkers. Bovendien heeft Vlierbloesemthee een troostende en kalmerende werking. Vlier reinigt het bloed en stimuleert de bloedvorming. In sommige gevallen heeft Vlier een preventieve werking tegen hooikoorts.
Vlierbloesem is gemakkelijk zelf te drogen voor het gebruik in thee, oogst de bloemschermen als er flink geel stuifmeel op zit, eind mei of juni, leg ze omgekeerd op wit papier en laat ze een week drogen, houdt er rekening mee dat de drogende bloemen een aantal dagen een onaangename kattenpislucht kunnen hebben, maar dat trekt gauw weg, bij gunstige omstandigheden zijn ze na een week al droog en kan men de bloemetjes van de schermen rissen, bewaren in een van lucht en licht afgesloten pot, dit kan men een jaar gebruiken Vlierbloesemthee is zeer veilig en voor iedereen toepasbaar.

Vlierbloesem wordt beschouwd als tonisch voor de huid, is licht astringerend (samentrekkend) en kan daarom nuttig zijn bij couperose. Het kan ook gebruikt worden om sproeten en huidverkleuringen te bleken en om de huid een wat lichtere teint te geven.

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat vlierbessen een stof bevatten die de werking belemmert van het enzym dat griepvirussen gebruiken om lichaamscellen binnen te dringen.

Recepten

Een verzachtende crème voor droge een geïrriteerde huid:
Doe vijf delen amandelolie en één deel Lanoline in een pan. Verwarm het au bain marie totdat de twee oliën samensmelten. Voeg dan de bloesem toe totdat ze net bedekt zijn met de olie. Verwarm dit mengsel een half uur lang terwijl je rustig roert. Zeef het dan en voeg een beetje honing toe. Giet het geheel in een gesteriliseerde pot.

Vlierbessenmelk:
Week ongeveer 10 bessen in een glas melk. Goed tegen een kater en bij lever of nier klachten.

Vlierbessengeest:
Overgiet vlierbessen met brandewijn tot dat ze net onderstaan. Laat dit afgedekt twee weken in de zon staan. Daarna pers je de bessen licht uit.
Elke dag een klein glaasje als preventief griepmedicijn.

Vlierkoekjes:
Oogst de schermen als ze gelig zijn van het stuifmeel. Schud eventueel ongedierte eruit. Haal ze door het pannenkoekenmeel die voor dit recept iets dunner is dan normaal. Uit laten druipen en kort frituren in hete zonnebloemolie.

Vlierbloesemlimonade:
Overgiet de bloemschermen met water tot ze net bedekt zijn. 4 a 5 dagen laten trekken in de zon, daarna bloemen zacht uitknijpen en het sap zeven en in flessen of kannen doen.

Vlierwortelwijn:
Neem een eetlepel fijngesneden en schoongemaakte wortel en begiet het met droge witte wijn. Kook het kort en filtreer het. Bewaar de wijn in een schone fles. Versterkt de nierfunctie, reinigt de darmen en verminderd oedemen. Neem 2 of 3 maal daags een klein slokje.

Een medicijnkist op zichzelf

Heel wat kruidenboeken noemen de Vlier 'een volledige medicijnkist op zichzelf'. En de kruidenkundige John Evelyn verklaarde in vroeger tijd: Als de medicinale eigenschappen van de bladeren, schors, bessen enz. voldoende bekend zouden zijn, dan zou ik niet kunnen zeggen aan wat voor ziekte de mensen op het platteland nog zouden moeten lijden waarvoor ze niet in elke vlierhaag een remedie zouden kunnen vinden.

De bladeren worden gebruikt bij kneuzingen, verstuikingen, wonden en winterhanden.

De bloesems zijn dan weer uiterst waardevol in de behandeling van verkoudheden en 'grippale syndromen' ('griepjes', dwz virusinfecties van de luchtwegen gepaard gaande met koorts) en griep. Ook bij allerhande aandoeningen van de bovenste luchtwegen die gepaard gaan met verhoogde slijm- en vochtafscheiding (hooikoorts, sinusitis) kan vlierbloesem goed worden toegepast, en ook bij gehoorsvermindering tijdens verkoudheden bewijst die zijn diensten (die lastige 'stoppen in je oren' bij verkoudheid). Bij een verkoudheid kan, door de zwelling van de slijmvliezen, de buis van Eustachius (een verbinding tussen de keel en het middenoor) afgesloten raken. Daardoor ontstaan drukverschillen tussen middenoor en gehoorgang, en als gevolg daarvan kan het trommelvlies minder goed trillen, met een tijdelijk verminderd gehoor als gevolg.
Bij verkoudheid en koorts kan vlier gecombineerd worden met Pepermunt, Duizendblad of eventueel Hyssop.

Vlierbessen kan je gebruiken voor dezelfde indicaties als vlierbloesem (uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat vlierbessen een stof bevatten die de werking kunnen belemmeren van het enzyme dat de griepvirussen gebruiken om lichaamscellen binnen te dringen.), en ze komen bovendien ook van pas bij reumatische klachten.

Eigenschappen

Schors: sterk laxerend, braakverwekkend, vochtafdrijvend

Bladeren: extern verzachtend en wondhelend, intern sterk laxerend, hoeststillend, vochtafdrijvend en transpiratiebevorderend

Bloesem: transpiratiebevorderend en slijmlossend

Bessen: transpiratiebevorderend, vochtafdrijvend en laxerend