Wicca

Wicca is een religie gebaseerd op de natuur en op de mysterie die uitgaat van het goddelijke in alles. Wicca is een (min of meer) georganiseerde vorm van hekserij, maar dit betekent niet dat deze begrippen synoniem zijn.

Wicca wordt ook de Oude Religie genoemd. Ingewijden vereren de Grote Moedergodin en de Gehoornde God . Het goddelijke manifesteert zich volgens Wicca in de natuur, en daarom legt deze religie de nadruk op nauwe banden met de natuur. Daarom zijn de seizoenen (de 8 jaarfeesten) en maangetijden belangrijk. De religie is bekend vanaf ongeveer 1950, maar de manier van leven die ook wel hekserij wordt genoemd, is volgens veel wiccans ouder. Wicca kent verschillende stromingen, waaronder de Gardneriaanse en Alexandrijnse wicca.

Oude religies en andere zaken die door de Christelijke Kerk als 'heidens' en 'duivels' werden gezien, zoals kruidengeneeskunde, waarzeggerij (wichelarij) en dergelijke, zijn eeuwenlang onderdrukt. Nadat de wet tegen hekserij in Groot-Brittanië na de Tweede Wereldoorlog werd opgeheven, ontstond onder leiding van Gerald Gardner de eerste wiccabeweging. Hoeveel wiccakennis uit oude religies en tradities werd gehaald, is niet bekend; wat wel zeker is, is dat diverse details door Gardner en anderen zijn ingevoerd en niet direct uit de oude religies komen.

Geschiedenis

De Moedergodin en de Gehoornde God

Toen vele natuurfenomenen nog niet konden worden verklaard heerste het geloof in animisme. Volgens dit geloof zou alles in de natuur bezield zijn - of goddelijk. Zo kende men bijvoorbeeld een godheid voor de donder enz. In één van de vroegste stadia van het menselijk leven op aarde was de mens jager-verzamelaar. Twee zaken waren dus van groot belang voor het overleven: de jacht en het zoeken naar voedsel, zoals bessen, wortels en noten. Omdat de jacht als een levensnoodzaak werd gezien had men ook hiervoor een godheid. Meer specifiek was dit een gehoornde god, afgeleid van de gehoornde dieren waarop men meestal jacht maakte. Voor de jacht bedreef men vaak sympathetische magie door een model te maken van het opgejaagde beest en dat dan te doden of door de beesten die men graag zou doden op de muur af te beelden. Omdat de jacht door mannen werd geleid en uitgevoerd werd de god van de jacht als mannelijk gezien.

Maar niet alleen de jacht was van belang om te overleven, ook de vruchtbaarheid. Zo moet de godin van de vruchtbaarheid zijn ontstaan, waarvan men nog steeds beeldjes vindt. Daarom spreekt men van de Grote Moedergodin. Herkenbaar zijn de venusbeeldjes uit de oertijd waarbij de geslachtskenmerken van de zwangere vrouw sterk zijn overdreven, maar het gezicht niet is uitgewerkt. Ook deze beeldjes zouden worden gebruikt als een vorm van sympathetische magie om de vruchtbaarheid te bevorderen. De Godin werd dus sterk geassocieerd met het vrouwelijke en de drie fasen van het leven: maagd, moeder en oude wijze vrouw (of Crone). Dit wordt dan weer in verband gebracht met de maanfasen: wassend, vol en afnemend. Ook dit staat in verband met vruchtbaarheid: hier is de link natuurlijk de maan(dstonden) of de regels waar de vrouw maandelijks mee te kampen kreeg. Vroeger konden vrouwen aan de fase van de maan zien wanneer ze het meest vruchtbaar waren. In wicca neemt de maan daarom een belangrijke plaats in.

Net zoals de maatschappij evolueerde, evolueerden de goden mee. De mensen bleven na verloop van tijd steeds meer op één plek wonen. Toen men de grond leerde bewerken, voedsel leerde opslaan en men dieren op weiden ging houden, werd de jacht steeds van minder belang. De god van de jacht werd toen meer de god van de wilde natuur in het algemeen. Daar de jacht in het bos plaatsvond, en niet in de nederzetting, zou de god dus ook daar wonen: in het bos. Steeds vaker zou hij nu worden afgebeeld als 'de groene man', een gedaante die volledig uit bladeren bestaat. Verder werd hij ook vaak met leven, dood en wedergeboorte geassocieerd. Simpelweg doordat men zich baseerde op wat er met dat bos gebeurde door de seizoenen heen (zomer-herfst-winter-lente). Doordat landbouw steeds belangrijker werd, werd vruchtbaarheid dat ook. Niet alleen de vruchtbaarheid van het land, maar ook die van de vrouw. De godin werd steeds meer met Moeder Aarde, het land, geïdentificeerd en ook vereerd.

De 20e Eeuw

Wicca werd eigenlijk pas bekend toen Engelsman Gerard Gardner in 1954 in zijn boek Witchcraft Today in het openbaar sprak over wat hij de hekserij noemde. Gardner zegt in dit boek dat hij in 1939 werd ingewijd in een geheime coven, een heksenkring. Omdat tot 1951 de hekserij in Engeland verboden was, werkte deze coven in het geheim. Nadat dit verbod in 1951 werd opgeheven schreef Gardner zijn boek. Hierin koppelde hij terug naar het boek The Witch Cult in Western Europe, dat in 1921 door de antropologe Margaret Murray werd geschreven. In dit boek beschreef Murray dat zij in rechtbankverslagen uit de tijd van de heksentribunalen aanwijzingen heeft gevonden dat de beschuldigingen van de kerk op het gebied van hekserij geen complete onzin zijn. Zij concludeerde dat hekserij een georganiseerde voorchristelijke godsdienst was, die ononderbroken was doorgegeven vanaf de prehistorie. Haar beweringen werden deels door Gardner overgenomen. Tegenwoordig verschillen de meningen over het manuscript van Murray. Een deel van de heksen beroept zich terug op eeuwenlange tradities die in familieverband werden doorgegeven. Een ander deel noemt de theorie onzin. Wellicht zouden er voor Gardners tijd heksen zijn geweest die werkten met natuurkracht of een Godin aanbidden, maar zij stellen vraagtekens bij de mate van organisatie of ononderbroken doorgave van de traditie. Bovendien vinden een aantal wicca's dat de huidige wicca teveel verschilt van de tradities van eeuwen geleden om nog van dezelfde religie te mogen spreken. Echter, omdat Wicca een natuurreligie is en evolutie een deel van de natuur, zijn er ook veel heksen die zeggen dat het wel hetzelfde geloof is maar dan geëvolueerd.

Regels

Er zijn drie belangrijke regels in wicca:

  1. Doe wat je wilt mits je niets of niemand schaadt (deze regel vind je terug in de Wiccan Rede).
  2. Dat wat je doet komt drie keer tot je terug (wordt ook wel de Wet van Drie genoemd).
  3. Het goede dat je doet zal je vreugde en geluk brengen.

Wicca kent geen duivel of satan. Toch verwarren sommigen ten onrechte wicca met satanisme. Dit is voornamelijk te wijten aan het feit dat de god uit deze godsdienst vanwege zijn gehoornde uiterlijk wordt gelijkgesteld met de duivel, waarschijnlijk omdat in het boek Openbaring 13 vers 11 in de Bijbel het tweede beest wordt beschreven mer twee lamshoornen. Maar wicca is niet hetzelfde als het satanisme, ook al denken veel mensen van wel. Dit verschijnsel komt voort uit de pogingen van de christelijke kerk iedereen tot het christendom te bekeren door alles dat met een andere religie had te maken met de duivel in verband te brengen, zodat zij vervolgens ook nog eens een goede reden hadden om de aanhangers van deze religies te vervolgen. Enkele voorbeelden hiervan: De drietand van Neptunus/Poseidon, de puntmutsen van de oude wijze vrouwen, de bokkenpoten en hoorns van Pan enz.

Belangrijke teksten in de wiccareligie: Charge of the God, Charge of the Goddess, Wiccanrede en de Wet van Drie.

Het Jaarwiel

Een belangrijk onderdeel van wicca vormen de jaarfeesten, ook wel sabbats of esbats genoemd. Deze acht feestdagen vormen samen het Wiel van het Jaar, het levensverhaal van de God en de Godin. Behalve dat de sabbats het leven van de Goden en zo de weg van geboorte-dood-wedergeboorte uitbeelden, was elke datum vroeger ook van belang in de natuur. Zo is Imbolc van oorsprong een ploegfeest, waarbij het land voor het eerst omgeploegd werd na de winter. Lammas was een oogstfeest, wanneer het graan werd binnengehaald. Nu de meeste mensen steeds verder af komen te staan van het plattelandsleven en het ritme van de oogst verandert door bijvoorbeeld het gebruik van kassen, worden de symbolische betekenissen van de feesten steeds belangrijker.

Om het verhaal te beginnen, is het het gemakkelijkst om bij Yule (spreek uit als Joel) te starten. Yule is ook bekend als de winterzonnewende of Midwinter, de kortste dag van het jaar. Omstreeks 22 december vieren de wicca's het lengen van de dagen. De tweede sabbat is Imbolc (spreek uit als Immolk) op 2 februari, ook wel Candlemas genoemd. Dit is het ploegfeest, wanneer het land en dus Moeder Aarde voorbereid gaat worden om het zaad te ontvangen. Op Ostara, of Vernal of lente-equinox, omstreeks 21 maart, viert men het begin van de lente. Het zaad, de God, groeit op onder bescherming van zijn moeder, naarmate hij opgroeit keert de zon terug op de aarde en lengen de dagen. Op 1 mei komt Beltane/Beltain (spreek uit Belteen), ook bekend als Mei- of Walpurgisnacht. Dit is een van de bekendste heksenfeesten, die ook regelmatig genoemd wordt in de tijd van de inquisitie. Het is het feest van de liefde. De Zonnegod of vegetatiegod is een volgroeide man geworden, en deze nacht legt hij zich neder naast de Godin en bezwangerd zijn koningin.

Litha, de zomerzonnewende ofwel Midzomer, viert omstreeks 21 juni de hoogste stand van de zon. De kracht van de Zonnegod is op zijn piek! Hier wordt ook het bestaan van polariteit duidelijk gemaakt, als de Eikkoning, de opbouwende, het moet afleggen tegen de Hulstkoning, de afbrekende. De volgende sabbat volgt op 2 augustus en wordt Lammas of Lugnasadh(spreek uit als Loenasah) genoemd. Dit is in eerste instantie een graanfeest, het moment waarop het graan van de velden wordt gehaald. De kracht van de god is overgegaan in het graan. 23 september is het tijd voor Mabon, de herfstequinox, het begin van de herfst. Nu is de oogst van de wijn. Ook wordt gezegd dat de god nu aan het eind van zijn krachten is, en sterft. Hij heeft zich gegeven opdat wij de vruchten kunnen plukken. De laatste sabbat is ook een van de bekendste. Halloween of Samhain (dat spreek je uit als Soween) is ook bekend vanuit oudere teksten en is bekend als het feest van de doden en de geesten. De geest van de God heeft de oversteek gemaakt naar de Onderwereld of Zomerland, en wacht op de juiste tijd om opnieuw te incarneren. Dit zal tijdens het Yulefeest zijn, wanneer de Eikkoning het overneemt van de Hulstkoning (zomer van winter). Vaak zetten Wiccans ook eten op een schotel buiten voor de doden.

Magie

Magie is een belangrijk onderdeel van wicca. Het is vaak de magie die de mensen naar wicca nieuwsgierig maakt, het idee dat ze op de een of andere bovennatuurlijke manier iets aan hun eigen lot kunnen veranderen. Wiccans zien magie niet als iets bovennatuurljks, maar als de energie van de God en Godin. Wanneer een Wiccan magie beoefent, is dat te vergelijken met wanneer een christen bidt. Magie wordt op vele manieren beoefend in de wicca. Aan de ene kant worden er tijdens de jaarfeesten en op diverse andere dagen (maanfeesten, trouwdagen etc.) complete rituelen opgevoerd; aan de andere kant steken wiccans soms simpelweg een kaars aan om extra energie in een bepaalde richting te sturen. Er wordt met name veel gebruikgemaakt van technieken zoals visualisatie en meditatie, of er wordt geprobeerd om in een trance te komen door bijvoorbeeld teksten op te dreunen (chanten) of te drummen. Er wordt ook wel korenmagie gebruikt, en er worden kruiden gebruikt bij magie. Elk kruid heeft zijn eigen magie en kracht. Als iemand magie uitoefent moet er opgelet worden welk soort magie er wordt gebruikt om er dan de juiste kruiden bij te gebruiken. Zo zal de kracht van de magie versterkt worden. Zo is het ook met wierook. Er zijn verschillende geuren met elk zijn magie en kracht. Hetzelfde geldt voor kristallen, gesteenten of edelstenen.

Rituelen

Rituelen worden in wicca vooral opgevoerd tijdens de jaarfeesten. Zij kennen een gedeeltelijk vaste opzet, waarbinnen vaak een eigen invulling wordt gebracht. Een ritueel begint vaak met het trekken van de Cirkel. Met behulp van de Cirkel wordt een tempel opgebouwd, waarbinnen de wicca's zich beschermd voelen voor negatieve krachten van buitenaf en hun ritueel kunnen uitvoeren. De Cirkel wordt ook gezien als een plek waarin de opgewekte krachten zich kunnen bundelen en versterken, omdat zij in de ruimte gevangen blijven tot zij gericht worden vrijgelaten. Binnen de Cirkel vindt het ritueel plaats. Na afloop van het ritueel wordt de Cirkel (en dus de tempel) weer geopend en afgebroken. Een tweede onderdeel van een ritueel is de "cake-en-wijn"-ceremonie. Hierbij worden door de heksen in de coven voedsel en drank gedeeld. Dit onderdeel van het ritueel is om je weer te gronden, weer met beide benen op de aarde te staan.

Wetten

Magie is in de wicca niet grenzeloos goedgekeurd. Er zijn een aantal regels die men in acht neemt, waarvan er twee door bijna alle wicca-volgelingen worden aangenomen. De Wiccan Rede en de Drievoudige Wet waarschuwen ervoor om magie niet te gebruiken om te schaden. De Wiccan Rede zegt dan je moet doen wat je zelf wilt, mits het niemand schaadt. De Drievoudige Wet zegt dat alles wat je doet, drie keer bij je terugkomt ('boontje komt om zijn loontje'). Deze twee "wetten" gelden volgens de meeste wiccans trouwens niet alleen voor de magie, maar voor al het handelen van de wicca. Daarnaast hebben veel covens en solitaire heksen nog extra principes waar zij zich wat magie betreft aan houden. Zo vindt de een dat magie niet gebruikt mag worden voor persoonlijk gewin en zegt de ander dat magie niet gebruikt mag worden in conflict met andermans vrije wil. Deze denkbeelden verschillen echter per persoon.

Een voorbeeld van een wet, de wet van drie:

Houdt de Wet van 3 in Ere,
Driemaal zullen Uw daden wederkeren.
Leer deze Wet, en leer hem goed,
dat wat je zaait, je ook oogsten moet.

De belangrijkste woorden/zinnen uit de Wiccan Rede zijn:

"eight words the Wiccan Rede fulfill,"
" An'ye harm none"
" do wat you will"

nederlandse versie:

Deze acht woorden vervullen de Wicca wet zolang je niemand schaadt, doe wat je wilt.
Andere occulte zaken

Wiccans maken vaak gebruik van andere occulte/esoterische kunsten, zoals bijvoorbeeld divinatie (bijvoorbeeld tarot, pendelen, wichelroedelopen) of kruiden. Deze dingen hebben echter niet direct iets met wicca te maken. Wel vindt een groot deel van de wiccans dat een goede wicca zichzelf moet trainen in 'kunsten' (= dat wat je kunt), waaronder bijvoorbeeld tarot of kruidengeneeskunde. Veel wiccans kunnen een of meerdere gebieden of 'kunsten' tot hun specialiteiten rekenen. Wicca wordt veelal beschouwd als niet alleen een religie, maar ook een kunde. In het kader van deze kunde is vele jaren training nodig, waarin onder andere kennis van en vaardigheid met andere 'kunsten' wordt opgedaan.

Inwijding

Wicca kent een inwijdingstraditie. Dat betekent dat er na een periode van opleiding (traditioneel een jaar en een dag) een inwijding volgt, waarna de leerling een volledige wicca is. Vanuit de Gardneriaanse traditie kennen we drie inwijdingen/graden. Sommige covens -meestal Alexandrian covens- hebben daar een vierde aan toegevoegd; de neofieten graad. Wanneer een geïnteresseerde begint aan de opleiding, is hij eerst een zogenoemde roedi. Gedurende een bepaalde opleidingsperiode leert de roedi de basisbeginselen van wicca, waarna een inwijding tot neofiet zou kunnen volgen. Bij deze inwijding neemt hij zijn magische naam aan, een geheime naam. Het aannemen van een nieuwe naam symboliseert de overgang naar een nieuwe levensperiode. Daarom nemen veel wicca's na de volgende inwijdingen ook nieuwe magische namen aan. Na de eerste inwijding (of tweede, indien volgend op de neofieteninwijding) is de leerling een priesteres of priester, of eerstegraads wicca. Hierna kunnen nog twee graden volgen; een tweedegraads wicca wordt geacht in staat te zijn een coven te leiden of op te richten, meestal onder supervisie of begeleiding van zijn hogepriesteres en hogepriester. Een derdegraads priesteres of priester is in staat om geheel zelfstandig een eigen coven op te richten en als hogepriesteres als covenleider en leider van rituelen op te treden met naast haar een hogepriester.

Binnen een coven, of bij inwijding door een individuele HP/HPS worden bepaalde voorwaarden en eisen aan de acolyte of neofiet gesteld. Zo kan binnen de Gardneriaanse traditie een 'knaap' of maagd geen priester(es) worden (bij de Dianics is dit niet het geval). De acolyte of neofiet wordt verder geacht enkele dingen -tijdelijk of definitief- op te geven, soms een bepaalde pijngrens te kunnen verdragen en verder leggen zij specifieke 'proeven van kunde' (vaak zelfgekozen) af.

Hogerpriester en Hogepriesteres

Aan de leiding van een coven staat de Hogepriesteres, een vrouwelijke ingewijde. Zij wordt soms bijgestaan door de Hogepriester, een mannelijke ingewijde. Samen leiden zij de rituelen, waarbij de vrouw de Godin vertegenwoordigt en de man de God. Beiden zijn verantwoordelijk voor het reilen en zeilen van de coven en moeten er dus voor zorgen dat alle covenleden (traditioneel een aantal van dertien man, gemengd man en vrouw) de juiste opleiding krijgen. In het algemeen geldt dat de Hogepriesteres het vetorecht heeft.

Zelfinwijding

Met het in de openbaarheid treden van de individueel werkende wicca raken covenwerk en inwijdingen op de achtergrond. De zogenaamde zelfinwijding wordt populairder. Hierbij schrijft de wicca zelf een ritueel voor zijn inwijding, die hij ondergaat als hij zelf het gevoel heeft hier klaar voor te zijn. Zelfinwijding wordt vaak met veel scepsis bekeken, zowel vanuit de traditionele covenwicca als vanuit individueel werkende heksen. Covenheksen zijn vaak van mening dat een inwijding alleen door een hogepriester(es) mag worden gegeven.

Het staat vast dat een inwijding in een bepaalde traditie, zij het nu Gardnerian dan wel Traditioneel Alexandrian, enkel en alleen door een HP/HPS van die traditie kan worden gegeven.

Ook wordt er de vraag gesteld hoe iemand kan weten dat hij of zij klaar is voor een inwijding. Deze kritiek komt vanuit zowel individuele of groepswicca's en is vooral gespeend om vaak jonge meisjes of jongens die zichzelf na een "training" van enkele maanden al hogepriester(es) noemen, een graad waar covenheksen een tiental jaren (of meer!) voor werken.

Kritiek

Behalve lovende verhalen over hoe milieubewust, natuurliefhebbend en vrouwvriendelijk wicca wel is, zijn er ook veel kritiekpunten op de manieren waarop deze religie vaak wordt beoefend. Deze zijn grotendeels afkomstig uit de kring van oudere wiccans, de mensen die zogezegd al "jaren in het vak zitten". Een van de eerste kritiekpunten is dat veel wicca's zichzelf heks noemen, en wicca als synoniem zien van hekserij. Zoals eerder uitgelegd verschillen de beiden van elkaar; waar bij wicca het accent in de eerste plaats ligt op het religieuze aspect, heeft hekserij weinig met deze van doen. Hekserij is een levenswijze, Wicca een religie. Het is echter wel zo dat een Wiccan altijd een heks is, maar een heks vrij vaak geen Wiccan.

Eclectische Hekserij

De eclectische hekserij wordt veel bekritiseerd. Velen noemen het oneerbiedig of heiligschennend om elementen uit andere religies toe te passen in een context die niet bij deze religie past. Zo zou het niet passen om een oud pantheon te plaatsen in de moderne tijd, om gebruik te maken van oude goden zonder hun cultus over te nemen. Bovendien wordt het als hoogst ongepast gezien om strijdende culturen te verweven in een enkele religie. Wicca's brengen hier vaak tegenin dat de gebruiken uit de oude cultussen niet meer passen in deze tijd. Een voorbeeld hiervan zijn de mensenoffers voor Maya-goden of de castratierituelen uit de Cybele-cultus.

Een tweede punt van kritiek omtrent eclectische wicca is dat deze vorm van wicca de basis uit het oog verliest: de werken van Gardner. Veel eclectische wicca's werken solitair en vormen hun religie aan de hand van hun eigen wensen, zonder daarbij veel oog te hebben voor de basisbeginselen van wat ze geloven. De site "Why Wiccans Suck" omschrijft dit op de volgende manier: "Eclectic Wicca" is one percent Wicca and ninety-nine percent "make it up as I go along." Het wordt de eclectische wicca verweten dat hij, doordat hij uit elke religie neem wat hij leuk vindt en weglaat wat hij niet prettig vindt, zowel wicca als de andere culturen onrecht aandoet, dus wicca en hekserij hebben verschillen.

Fluffybunny

Misschien wel de meest bekende kritiek op wiccans is het verschijnen van de term fluffbunny. Deze term is ontstaan nadat wicca, mede dankzij films zoals The Craft en de televisieseries Charmed en Buffy the Vampire Slayer, populair werd onder jongeren. Net als de boeken van Harry Potter. Hierbij onderscheidde men vaak twee groepen: -niet-serieuze wicca-adepten die deze religie met name gebruikten om indruk te maken op hun klasgenoten en om zich af te zetten tegen ouders en leraren. -serieuze geïnteresseerden die zich na het zien van deze series en films begonnen te verdiepen in de hekserij en Wicca. De eerste groep omvat de lieflijke fluffbunny's, de tweede groep de serieuze leerlingen.

De term fluffbunny wordt binnen de wicca vooral gebruikt om jonge meisjes aan te duiden, die wicca zien als een lieve vrouwelijke religie waarin nooit kwaad gebeurt. Zij zetten wicca vooral af tegen de hun bekende christelijke kerk, die ze het kwalijk nemen dat zij zoveel misstanden heeft veroorzaakt met als voorbeeld de heksenjacht gedurende de late Middeleeuwen. Voornamelijk verwijt men de fluffbunny's dat zij te weinig aandacht hebben voor de donkere kanten van wicca: de polariteit tussen goed en kwaad -en vooral de serieuze analyse van 'goed' en 'kwaad'- wordt op deze manier verstoord.